Een tweede referendum is de beste oplossing

Brexit: een tweede referendum is niet onredelijk en niet onrealistisch

Door Elwyn Davies. Gepubliceerd in De Volkskrant op 5 juli 2016.

Brexit was voor velen lang slechts een hypothetisch scenario. Nu het er daadwerkelijk van gaat komen, is het debat over Europa in Groot-Brittannië realistischer en volwassener is geworden. Terwijl in de campagne gouden bergen werden beloofd, zijn politici nu veel voorzichtiger en eerlijker over de Europese Unie. Het publiek beseft meer en meer dat ook Groot-Brittannië Europa nodig heeft, in plaats van alleen andersom. Veel van mijn vrienden hier zijn nu meer uitgesproken vóór Europa. Dit is een welkome ontwikkeling in het Britse debat, maar helaas wel een paar maanden te laat.

De onvrede onder de groep niet-Brexit-stemmers is groot. Niet iedereen accepteert de uitkomst van het referendum en de roep om een tweede referendum groeit. Sommigen vinden dat 52% niet genoeg is om zo’n grote stap te nemen. Anderen vinden dat het geen eerlijke campagne is geweest en dat mensen slecht geïnformeerd waren. Dit is een verkeerde instelling: meer dan 17 miljoen mensen hebben voor Brexit gestemd en dit kun je niet naast je neerleggen.

Toch is een nieuw referendum over Brexit niet ondenkbaar. Het referendum heeft duidelijk gemaakt waar de kiezer tégen was, maar vóór welk alternatief de Brexit-stem staat is compleet onduidelijk. Er is er geen consensus is waarom Groot-Brittannië eruit wil stappen. Sommigen willen Brexit om het vrije verkeer van personen in te dammen, anderen omdat ze geen EU-invloed in hun land wil zien en weer anderen om het geld dat naar Brussel gaat in de gezondheidszorg te kunnen investeren.

Na het resultaat werd pijnlijk duidelijk dat er geen Plan B is. Krijgt Groot-Brittannië een status als Noorwegen en IJsland, als lid van de Europese Economische Ruimte? In dit geval moet Groot-Brittannië akkoord gaan met het vrije keer van goederen en de toepassing van EU-wetgeving. Of krijgt Groot-Brittannië een status als Zwitserland, waar over ieder detail onderhandeld moet worden en handel in diensten, belangrijk voor een land met een grote financiële sector, niet vanzelfsprekend is? Of moet Groot-Brittannië achter in de rij aansluiten en een meer beperkt handelsverdrag afsluiten, zoals Canada onlangs gedaan heeft?

Het is nog maar de vraag in hoeverre het nieuwe verdrag tegemoet komt aan al de verschillende groepen Brexit-stemmers. In iedere onderhandeling moet je kiezen of delen, of zoals de Britten zeggen: you can’t have your cake and eat it too. De kans is klein dat Groot-Brittannië toegang blijft houden tot de Europese gemeenschappelijke markt zonder het vrije verkeer van personen en zonder bepaalde EU-wetten te accepteren. Het nieuwe verdrag kan er wel eens behoorlijk als de status quo uitzien. Dit mag een geruststelling zijn voor veel van mijn pro-Europese vrienden, maar het is de vraag of dit tegemoet komt aan de wensen van veel Brexit-stemmers. In de meeste scenario’s moet Groot-Brittannië bovendien haar invloed binnen de EU opgeven: geen zetel in de Europese Raad, geen parlementsleden in het Europees Parlement en geen eigen eurocommissaris meer.

Het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap en later de Europese Unie is nu twee keer aan de kiezers voorgelegd, eerst in 1975 en nu in dit jaar. In dit licht is het niet raar om ook het nieuwe verdrag aan de kiezer voor te leggen. Het nieuwe verdrag betekent waarschijnlijk voor een groot gedeelte meer van hetzelfde, maar met minder politieke invloed. Hoogstwaarschijnlijk zijn er bepaalde Brexit-stemmers die beter af zijn met de status quo dan met het nieuwe verdrag. Het is niet onredelijk en ook niet onrealistisch om hierover opnieuw te gaan stemmen. Alleen op die manier kan recht gedaan worden aan de mening van de kiezer.